DOUANE  TE  LILLO


Reeds in 1657 is er sprake van een douanepost te Lillo, onder toezicht van de Admiraliteit van Zeeland.

Na de vrijmaking der Schelde, in 1839, werd te Lillo omstreeks 1863 een Belgische douanepost opgericht.Deze had tot doel de tolrechten te innen en de smokkelhandel tegen te gaan. Lillo leek de beste plaats om, in het zicht van de Nederlandse grens de vrachten der schepen te controleren. Omdat Antwerpen zich meer en meer als een doorvoer haven ging manifesteren,was dit geen overbodige luxe.

De dienst werd verricht door een ontvanger, een luitenant, brigadiers en onderbrigadiers en aangestelde. Enkele matrozen werden er aan toegevoegd om de trafiek tussen wal en schip, te verzekeren.De controle gebeurde zowel aan wal als te water. Langs de Schelde moesten de mogelijke smokkelplaatsen ook gecontroleerd worden, daarom moest menig wacht langs de Schelde oever gebeuren.

Te Lillo konden de schippers hun waar bij een drietal expéditeurs laten inklaren, kregen daarna een tolbeambte mee aan boord en konden onder controle hun waar lossen te Antwerpen. In het begin brachten de matrozen de douane aan boord en naar de wal,met hun giek( een ongeveer 9 meter lange sloep) later werd dit overgenomen door zwierige stoombootjes. Zo werden de matrozen omgedoopt tot schipper, bootsman, stoker of zelfs douanier.

Zelfs nu is Lillo nog altijd actief als douanecentrum, hoewel meer en meer het weg en spoorwegvervoer op de voorgrond kwam. En nu met het verenigd Europa zijn enkel de goederen van buiten het verenigd Europa aan controle onderhevig.

Top                                                                                    Lillo-Fort